Cane corso geschiedenis


De cane corso.

Cane corso's zijn Molosser honden, Italian Mastiff.
De cane corso is een grote, krachtige, atletische hond, die duidelijke Molosserachtige trekken heeft. Hij heeft een brede kop en de oren zijn hoog ingeplant, driehoekig en hangend. 

De vacht is kort met weinig ondervacht. De vacht bestaat uit verschillende kleuren die varieren van zwart, bruin, grijstonen, donkergrijs en in het gestroomd. Geaccepteerde masker kleuren zijn grijs of zwart.

Afhankelijk van het geslacht bereikt hij een schofthoogte van 60 tot 70 cm en een gewicht van 40 tot 65 kilogram. 
De huidige cane corso is een betrouwbare sportieve hond. De cane corso is een zelfstandige hond. Hij is gek op zijn familie en heel trouw en voorzichtig. Een goede band tussen baas en hond is nodig om de cane corso onder de duim te houden. Een goede socialisatie is dan ook een eerste vereiste.
Begeleiding vanuit een professionele hondenschool of een goede trainer is aan te raden. Werkdrift zit in het bloed van de cane corso. Je moet er soms wat druk af laten door te spelen, rennen  of werk voor de hond te creëren.
Een cane corso is een vriendelijke huishond en een perfecte kameraad van het gezin, maar ook een hond van het ras dat twintig jaar geleden nog de schaapskuddes en boerenerven bewaakte.
Uiteraard zijn er goede fokkers die heel goed op letten hoe ze honden fokken. Cane corso's die bij gezinnen leven krijgen vaak al van geboorte kinderprikkels mee.
Deze honden zitten niet in kennels opgesloten tot hun nieuwe baasje er om komt. Vaak ziet alles er heel vriendelijk uit, en dat zet zich zeker voort in het volgende gezin.

In Nederland is de cane corso populatie nog klein, anno 1999 zo'n driehonderd honden. De fokbasis is erg smal. Daarbij komt dat het cane corso bestand nog geen homogeen geheel is. Velen denken dat de cane corso zijn heterogeniteit te danken heeft aan het inkruisen van andere rassen bij het herstel van het ras. Dit is echter niet waar! In Italië heeft elke streek zijn eigen type cane corso ontwikkeld. Maar functionaliteit stond uiteraard voorop. Het zijn echte krachtige en slimme werkhonden. Wij als fokkers zijn de laatste jaren naar een standaard gaan fokken van het F.C.I. voor het showen .

F.C.I  =  Fédération Cynologique Internationale 

Tegenwoordig kijken we meer naar het uiterlijken de functie is men in het algemeen allang vergeten, met alle vervelende gevolgen van dien. 
De Italianen zeggen dat ze uit de populatie van de cane corso wel drie verschillende rassen hadden kunnen halen. Vandaar ook het belang om zo veel mogelijk rastypische cane corso's te fokken.

  • Verschijning: middelgrote hond, fors, sterk en toch elegant gebouwd, droog met sterke, lange spieren.


  • Belangrijke proporties: de lengte van het hoofd bereikt 36% van de schofthoogte. De bouw van de hond is eerder lang dan hoog te noemen.


  • Kop: breed, typisch molosserachtig, de bovenste lengte-assen van de scheden en van de vang lopen grotendeels gelijk. De schede is breed bij de jukbeenderen. De breedte is gelijk aan of groter dan de lengte van de schedel. Gewelfd voorhoofd met een goed gemarkeerde stop, die naar het achterhoofd tamelijk vlak wordt. Zichtbare plooi middenvoor. De neus is groot en zwart met wijde, open neusgaten en loopt parallel met de neusrug.


  • Snuit: duidelijk kort ten opzichte van de schedel (verhouding: schedel 66%, snuit 34%), zeer sterk met uitgesproken vierkante, platte voorkant van het hoofd en gelijke verhoudingen aan de zijkanten van het hoofd, even langs als hoog. Het profiel van de neusrug is recht. De bovenlippen, licht loshangend, bedekken de onderkaak zodanig dat het onderste del van het profiel gedomineerd wordt door de lippen. Brede en forse bovenkaak, nogal gebogen.


  • Ogen: middelgroot, ovaal van vorm, naar voren geplaatst en ligt uitpuilend. Aansluitend ooglid. Kleur van de iris zo donker mogelijk, afhankelijk van de kleur van de vacht. Intelligente en waakse blik.


  • Oren: driehoekig, hangend, met brede inplant, hoog geplaatst boven de jukbeenboog. In Italië worden de oren gecoupeerd tot korte driehoeken.


  • Hals: sterk, nogal droog, gespierd en even lang als het hoofd.


  • Romp: De romp is sterk gebouwd, maar niet gedrongen. De voorhand is fors en overschrijdt het niveau van de achterhand. De rug is recht, zeer gespierd en gespannen, De lende is kort en solide, de achterhand is lang wen breed, licht schuin aflopen. De borstkas is goed ontwikkeld en loopt af naar de elleboog. De staart is hoog ingeplant, breed bij de inplant. In acht wordt de staart geheven, maar nooit recht omhoog gedragen.


  • Voorste ledenmaten: schouder is lang, schuin en zeer gespierd. De opperarm is sterk, de onderarm recht en zeer sterk. De middenhand en middenhandsbeentjes zijn droog en elastisch, voet als een panter (katachtige dieren).


  • Achterste ledematen: bovenbeen is lang, breed en achterwaarts gewelfd. Het been is droog en sterk, de enkel matig gehoekt, middenvoetsbeentjes dik en droog. De voeten zijn iets minder compact dan de voorvoeten. De huid is dik en sluit aan op de onderliggende lagen.


  • Vacht: korte vacht (niet gladgeschoren), glanzend, erg dicht met lichte ondervacht.


  • Kleur: zwart, bruin, loodgrijs, leisteen, lichtrood (formentino), donkerrood, gestreept. De lichtrode exemplaren hebben een donker masker.


  • Schofthoogte: reu van 60 tot 70 cm, teef van 60 tot 65 cm.


  • Gewicht: Reu van 40 tot 65 kilo, teef van 40 tot 55 kilo.




Old days cane corso docu.

Dit is een referentie voor de mensen die geintereseerd zijn in de geschiedenis van de cane corso